Met steun van Bevrijde Wereld en de lokale partner CDPC kon Junita Ekid-Farrong een kleine, maar succesvolle rijstcoöperatieve oprichten in de Filippijnse Cordillera. “Tot de dag dat de mijnwerkers van de Lepanto-mijn in staking gingen, was ik gewoon huisvrouw.” Sindsdien legt Junita zich toe op het beheer en de uitbouw van een heuse rijstcoöperatieve.
Junita: “Tot de dag dat de mijnwerkers van de Lepanto-mijn in staking gingen, was ik gewoon huisvrouw. Ook mijn man staakte mee. De stakers eisten een aanvaardbaar minimumloon. Dat was in 2003 – het moment waarop een drastische wending nam. Samen met andere vrouwen en kinderen van mijnwerkers steunden we onze mannen, zelfs wanneer het leger en de politie de staking probeerden te breken.”
Is de oprichting van jouw rijstcoöperatieve een gevolg van die mijnstaking?
Junita: “Eigenlijk wel, ja. Het project is opgezet om het harde leven van de mijnwerkersfamilies enigszins draaglijk te maken. We verkopen rijst tegen een schappelijke prijs aan de mijnwerkers en hun gezinnen. Op dit moment leid ik de dagdagelijkse werking van de coöperatieve.”
Hoe werkt zo’n coöperatieve precies?
Junita: “Een doorsnee gezin consumeert per maand ongeveer vijftig kilo rijst, en er zijn zo’n driehonderd families die regelmatig bij ons over de vloer komen. Het grote verschil met een gewone rijsthandel zit ‘m in de betalingsmethode: mensen krijgen bij ons uitstel van betaling tot op dag dat ze hun loon ontvangen. Op die manier helpen we ze telkens om de moeilijke periode te overbruggen tot wanneer de lonen worden uitbetaald. Onze rijst wordt lokaal geproduceerd, en is bovendien een iets goedkoper dan de import-rijst uit Vietnam. Op elke zak rijst maken we een heel klein beetje winst. Dat investeren we in infrastructuur en opleiding van de mensen die voor de coöperatieve werken.”
Hoe ziet de toekomst eruit voor de coöperatieve?
Junita: “We hebben plannen om de coöperatieve verder uit te breiden met een aantal extra producten, zoals suiker, gedroogde vis en schoolmateriaal voor de kinderen. Bovendien willen we de coöperatieve doorlopend openen. Nu is dat drie keer per week.”